Just another WordPress weblog
sawah

Over Bali

BALI, ‘ Eiland van de goden’…

Sinds de allereerste maal dat een nieuwsgierige “blanke man” van een zeilboot stapte en voet zette op Bali ergens in de late 16e eeuw, werd dit eiland meer beschouwd als een droom – een gemoedsstemming – dan als een reële plaats. Zelfs vandaag, in een onpersoonlijk ruimtevaart tijdperk, waarin blinkende jets brede oceanen overbruggen in ampele uren en tot  stilstand komen op de Internationale luchthaven van dit Indonesisch eiland, blijft Bali nog altijd haar speciale, uitheemse charme behouden. Slechts luttele momenten nadat je de door de luchthaven bent gewandeld en door de douane bent geloodst onder begeleiding van tinkelende gamelan muziek, vind je jezelf rijdend langs ongerepte rijstvelden, gebeeldhouwde tempels en statige mensen,  jezelf afvragend waarom je deze plek nooit eerder hebt bezocht. Of als je reeds in Bali was, vraag je je af waarom je ooit bent weggegaan.

geography-map-indonesia-630

Geografie

Geografisch ligt Bali gesitueerd tussen de eilanden Java en Lombok. Bali is klein, zich ongeveer 140 km uitrekkend van west naar oost en 80 km van noord naar zuid. De hoogste van de reeks vulkanen die van oost naar west loopt is Gunung Agung, die de laatste maal in 1963 is uitgebarsten.

Amper 8 graden ten zuiden van de evenaar gelegen, beroemt Bali zich om een tropisch klimaat met slechts twee seizoenen (nat & droog) per jaar en een gemiddelde temperatuur van om en bij de 28ºC. De uitgestrekte en glooiende zuiderse contreien zijn het gebied van Bali’s beroemde rijstterrassen, die bij de meest spectaculaire ter wereld behoren. In de heuvelachtige noordelijke kust streken, zijn de belangrijkste landbouwproducten koffie, kopra (kokosnoten vruchtvlees), kruiden, groenten, vee en rijst.

history of Bali

Geschiedenis

Pre-koloniaal

Hoewel er geen kunstvoorwerpen of geschriften bestaan van voor de Steentijd, wordt aangenomen dat de eerste bewoners op Bali migreerden vanuit China rond 2500 v. Chr. Tegen het Bronzen tijdperk, rond 300 v. Chr., ontstaat een redelijk ontwikkelde cultuur op Bali. Het complexe systeem van irrigatie en rijstproductie, nog steeds in gebruik tot op de dag van vandaag, wordt rond deze tijd gevestigd.

Het lijkt erop dat rond 500 n. Chr. de belangrijkste religie hoofdzakelijk door het Boeddhisme beïnvloed is. In 670 n. Chr., wordt door een Chinese geleerde op weg naar India, gezegd dat hij een Boeddhistisch land heeft bezocht, Bali geheten.

Het is pas in de elfde eeuw dat Bali zijn eerste sterke toestroom van Hindoeïstische en Javaanse culturen kent  onder de invloed van koning Airlangga (1019-1042). Wanneer Airlangga koning van Java wordt, benoemt hij zijn broer Anak Wungsu  heerser over Bali.

In deze periode zal Bali allerlei culturele elementen uit Java overnemen. De hindoe-Javaanse religie werd overgenomen, maar ook de taal van het Javaanse hof, het Kawi. Na de dood van Airlangga is Bali in staat om voor korte tijd onafhankelijk van Java te bestaan. In 1284 maakt de Javaanse koning Kertanagara van de Singasari dynastie daar een einde aan, wanneer hij Bali verovert en het eiland vanaf Java bestuurt.

Als Kertanagara in 1292 wordt vermoord, maakt Bali zich weer los van Java. In 1343 wordt Java echter op zijn beurt veroverd door Gajah Mada, een generaal van een van de laatste Hindoe-Javaanse rijken Majapahit. Wanneer in de zestiende eeuw de Islam zich verspreidt door Sumatra en Java, begint het rijk van Majapahit in te storten. Een groot deel van de Javaanse aristocratie alsook priesters, artiesten en kunstenaars vluchten dan naar Bali.

In 1478 vindt de laatste exodus plaats naar Bali. Een tijd lang bloeit Bali op. De daaropvolgende eeuwen worden beschouwd als een gouden periode in de Balinese culturele geschiedenis. Het vorstendom Gelgel, vlakbij Klungkung, zal een belangrijk centrum worden voor de kunst.

Bali wordt een belangrijke macht in de regio en breidt haar gezag uit naar buureiland Lombok en delen van Oost-Java. In 1710 wordt het machtscentrum van het Gelgelvorstendom verplaatst naar Klungkung. In deze periode wordt het rijk verdeeld in acht kleinere vorstendommen.

Koloniale periode

In 1597 wordt Bali reeds bezocht door Nederlandse zeelui, maar pas in de 18e eeuw zullen de Nederlanders hun invloed doen gelden op het Balinese grondgebied. Vanaf 1846 breken er verscheidene oorlogen uit tussen de Nederlanders en de Balinese vorsten. Van zodra in 1846 Beleleng in Nederlandse handen is, begint de Nederlandse inmenging in het Balinese bestuur.

De koning is niet langer regionaal hoofd, maar wordt regent en moet zich in het vanaf nu verantwoorden tegenover de door de Nederlanders aangestelde Resident van Bali. Om tegemoet te komen aan de vraag naar administratief personeel opent de Nederlandse regering de eerste basisschool in Singaraja in 1875. Andere onderwijsinitiatieven zullen volgen.

Wanneer in 1908 het vorstendom Puputan Klungkung in handen komt van de Nederlanders valt geheel Bali onder Nederlands gezag. Voorafgaand in 1906 pleegt het vorstenhof van Badung collectief zelfmoord op het moment dat  de Nederlandse overwinning onvermijdelijk lijkt. De hele koninklijke familie, mannen, vrouwen en kinderen, bestormt bewapend met de kostbaarste krissen en gekleed in de voorgeschreven gewaden, de Nederlandse linies die met geweervuur deze aristocratische lijn beëindigt.

Verzet van het Balinese volk blijft echter niet uit en slaat zelfs een nieuwe richting in. Door de invloed van het onderwijs beginnen studenten en anderen met het oprichten van verschillende organisaties ten behoeve van het Balinese volk. Ondertussen proberen de Nederlanders als eersten Bali te ontwikkelen als toeristische trekpleister. In 1924 vaart er wekelijks een stoomboot tussen de haven van Beleleng ten noorden van Bali en Java. In 1928 wordt het Balihotel opgezet in Denpasar en is daarmee de eerste echte toeristen accommodatie van het eiland.

Het aantal toeristen dat Bali bezoekt, zal jaarlijks geleidelijk toenemen van een paar honderd in de jaren twintig naar een paar duizend in de jaren dertig. Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt Indonesië bezet door Japan in 1942 en komt er een einde aan het toerisme. Bali wordt door Japan bestuurd  vanuit Denpasar. In 1944 komt er in navolging van Java ook een PETA-afdeling op Bali waar jonge mensen werden getraind om verdedigers van het land te worden.

Na de proclamatie van de onafhankelijkheid op 23 augustus 1945 wordt vanuit Java een zeemacht gestuurd om de Balinese strijdkrachten te versterken. Er vinden verschillende gewapende confrontaties plaats tussen de Balinese strijdkrachten en de Nederlanders die teruggekomen zijn om de vooroorlogse situatie te herstellen. In 1947 en 1948 voeren de Nederlanders twee politionele acties uit tegen de Indonesische strijdkrachten. Tijdens de tweede politionele actie die begint op 18 december 1948, wordt er geprobeerd om op Bali effectief het gewapende guerrillaverzet te organiseren.

Postkoloniaal

Nadat Nederland de soevereiniteit van Indonesië heeft erkend, wordt Bali in 1949 een provincie van de onafhankelijke Republiek Indonesië. Het eiland dient als  favoriet rustverblijf van president Sukarno en als locatie om staatsgasten te ontvangen. Om toeristen aan te trekken laat Sukarno  een nieuwe internationale luchthaven bouwen in Tuban. Ook laat hij het prestigieuze Grand Bali Beach Hotel bouwen door het te financieren met Japanse oorlogsfondsen.

Gaandeweg zijn carrière zal Sukarno echter steeds meer anti-westers worden en Indonesië internationaal isoleren. Als in 1965 een militaire coupe wordt gepleegd, waarvan de communisten de schuld krijgen, heeft dat ook gevolgen voor Bali. Net als op Java vindt er op Bali een hetze plaats tegen de communisten waarbij zo’n 50.000 tot 100.000 mensen worden gedood, dat in een tijd waarin Bali een bevolking heeft van twee miljoen mensen.

Als Suharto in 1967 president wordt van Indonesië, wordt het land weer opengesteld voor buitenlandse invloeden. Bali wordt daarbij weer gepresenteerd als het stokpaardje van de toeristische industrie in Indonesië. De groei van het internationale toerisme op dat moment, werpt ook zijn vruchten af in Indonesië. Het aantal toeristen dat Bali bezoekt, neemt toe van  een kleine 30.000 in de late jaren zestig  tot ruim een miljoen in de vroege jaren negentig. En ook het aantal Indonesiërs dat Bali bezoekt, neemt sterk toe.

De capaciteit van de hotels verandert in  dezelfde periode van 500 kamers tot ruim 25.000 kamers. Een groot deel van die kamers behoren tot de grotere hotels rondom Nusa Dua en Sanur. Het is aanvankelijk de bedoeling om toeristen met een hoger inkomen te laten overnachten in luxehotels, maar een aanzienlijk deel van de bezoekers zijn echter reizigers met een beperkt budget die met kleinere, goedkopere accommodaties genoegen nemen. Om snel op deze vraag in te kunnen spelen, ontstaat er een aanbod van allerlei nieuwe ressorts in plaatsen als Kuta, Ubud, Lovina en Candidasa.

Terwijl de meeste grote hotels eigendom zijn van buitenlandse bedrijven, zijn de kleinere toeristenaccommodaties en gerelateerde diensten veelal in bezit van Balinezen en verbonden aan de lokale economie. De vraag naar grotere hotels neemt echter gaandeweg weer toe. De toeristische industrie in Bali is een van de snelst groeiende sectoren in de Indonesische economie. Een neerwaarts effect op de agrarische sector van Bali, erosie, milieuverontreiniging en het schaarser worden van water, zijn echter de nadelige effecten die deze groei met zich meebrengt.

De toeristische sector kent in 1998 een daling van 11,2 % door de Aziatische crisis en de politieke instabiele situatie door Suharto’s vertrek. Een internationale tegenslag voor de toeristische sector na de aanslagen in de Verenigde Staten op 11 september 2001, heeft ook nadelige gevolgen voor Bali.

De bomaanslag op 12 oktober 2002 in een discotheek in Kuta op Bali, die 202 toeristen, merendeels Australiërs, het leven kostte, leek de genadeklap te zijn voor de toeristische industrie op Bali. De bezettingsgraad van de hotels zakte tot onder de 10% en vele Balinezen kwamen zonder inkomen te zitten. Gelukkig heeft de toeristische sector op Bali zich in korte tijd weer helemaal hersteld.

people of Bali

De Mensen

Het leven in Bali is zeer gemeenschapsgericht. De waarop de organisatie van dorpen, landbouw, en zelfs de creatieve kunsten verloopt, wordt door de gemeenschap beslist. De lokale overheid is verantwoordelijk voor scholen, ziekenhuizen en wegen, maar alle andere onderdelen van het leven worden geregeld door twee traditionele comités, wiens wortels in de Balinese cultuur eeuwen ver teruggaan. Het eerste comite, Subak, regelt de productie van rijst en het complexe irrigatie systeem. Iedereen die een Sawah bezit, of padi (rijst)veld, moet lid zijn van de lokale Subak. Deze verzekert dat elk lid zijn eerlijk deel irrigatiewater krijgt toebedeeld. Het andere gemeenschap-comité is de Banjar, die alle dorpsfestiviteiten, huwelijksceremonies en crematies regelt. Banjars hebben gemiddeld een lidmaatschap van om en bij de 50 a 100 families en elke Banjar heeft zijn eigen ontmoetingsplaats, de Balé Banjar genoemd. De Bale (paviljoen) die gebruikt wordt voor de regelmatige dorpsraden,  is vaak ook de plek waar de lokale gamelan orkesten en theater groepen repeteren.

religion of Bali

Religie

Balinezen zijn Hindoes, maar hun religie verschilt sterk met de Indische variant. Balinezen vereren de Hindoeïstische drieheiligheid Brahma, Shiva en Vishnu, die worden gezien als de manifestatie/verpersoonlijking van de Oppergod Sanghyang Widhi. Andere Indische goden zoals Ganesha (de god met het olifantenhoofd) komen voor, maar men ziet veel vaker beelden van goden die uniek zijn voor het Balinese Hindoeisme.

Balinezen geloven heel hard in magie en in de kracht van geesten en een groot deel van hun geloof is hierop gebaseerd. Ze geloven dat goede geesten zich ophouden in de bergen en dat de zeeën het thuisfront zijn van demonen en monsters ?

De meeste dorpen hebben minstens drie tempels: de Pura Puseh of de ‘Tempel  der oorsprong’, gericht naar de bergen, de Pura Desa of de tempel van het dorp, meestal in het centrum en de Pura Dalem, georiënteerd naar de zee en opgedragen aan de geesten van de doden. Naast deze ‘dorpstempels’ heeft elk huis ook nog eens zijn eigen altaar. Sommige tempels, zoals Pura Besakih bijvoorbeeld, gelegen op de flank van de vulkaan Gunung Agung, zijn extra belangrijk. Mensen van over gans Bali komen er naartoe om te bidden.

Offers spelen een belangrijke rol in het dagelijkse leven van elke Balinees. Ze dienen om de geesten gunstig te stemmen en brengen dus voorspoed en goede gezondheid in de familie. Dagelijks worden kleine offermandjes met symbolisch voedsel, bloemen, sigaretten en geld geplaatst op altaartjes, in tempels, aan huizen en winkels en zelfs aan gevaarlijke kruispunten.

Festivals zijn een andere goede gelegenheid om de goden gunstig te stemmen. Vrouwen dragen grote, prachtig samengestelde piramides van voedsel, fruit en bloemen op hun hoofd terwijl de mannen een bloed offer brengen onder de vorm van een hanengevecht. Er is traditionele dans en muziek en de goden worden uitgenodigd om deel te nemen aan de festiviteiten. Deze festivals zijn vaak opwindende gebeurtenissen en het een lust voor het oog.

culture of Bali, Balinese dans

Cultuur

Bali is gekend voor zijn diverse en verfijnde kunstvormen als schilderkunst, beeldhouwkunst, houtsnijwerk, handwerk and podium kunsten. De Balinese percussie orkestmuziek, gekend als gamelan, is hoog ontwikkeld en verscheiden. Podium kunsten beelden vaak een hindoeïstische legende uit zoals die van de Ramayana, maar dan met sterk Balinees beïnvloed.

Het hindoeïstische nieuwjaar, Nyepi, wordt gevierd in de lente met een dag van stilte. Op deze bijzondere dag blijft iedereen thuis en toeristen worden aangespoord om hun hotel niet te verlaten. De dag voordien wordt met grote, fel gekleurde ogoh-ogoh monsters door de straten geparadeerd om de boze geesten te verjagen. De data van andere festivals wordt bepaald door de Balinese pawukon kalender.

De meeste tempels hebben een een binnen en een buiten hof. Deze plaatsen worden gebruikt voor optredens. De meeste Balinese rituelen worden immers vergezeld van dans, muziek en/of theater. De optredens op de binnenplaats vallen onder de “wali”, de meest heilige rituelen die enkel voor de goden bedoeld zijn. De buitenplaats is waar de “bebali” ceremonies plaatsvinden, rituelen zowel voor goden als voor mensen bedoeld. Daarnaast zijn er ook nog ceremonies die enkel bedoeld zijn als amusement, de bali-balihan, maar deze vinden plaats buiten de muren van de tempel. Deze drie-ledige classificatie van rituelen werd gestandaardiseerd in 1971 door een comité van Balinese ambtenaren en kunstenaars. De bedoeling was om de heiligheid van de oudste en meest sacrale, Balinese rituelen te beschermen tegen opvoeringen voor een betalend publiek.

nature of Bali

natuur

Gunung Agung, een actieve vulkaan, domineert het landschap van dit eiland. Agung is met zijn 3100 meter de hoogste piek in Bali. Hij geeft leven en neemt leven en wordt beschouwd als het middelpunt van het Balinese universum.

Alle huizen zijn georiënteerd naar Agung en Balinezen slapen met hun hoofden in zijn richting. Uiteindelijk is het de verblijfplaats van de goden en godinnen…

Op zijn flank wacht de Moeder Tempel van Besakih, met haar ontelbare treden, sereen op de komst van goden en godinnen. Wanneer zij uit de hemel neerdalen, komen ze naar Besakih via Gunung Agung.

In Bali zijn er vier meren. Het meer van Batur, de oude krater van de vulkaan Batur, is het grootste. De zon hier zien ondergaan is ongelooflijk spectaculair.

De grote verscheidenheid aan tropische planten is verrassend. Je ziet banyan bomen in dorpen en op het grondgebied van tempels, tamarinde bomen in het noorden, kruidnagel bomen in de heuvels, acacia, mimosa and mangrove in het zuiden. In Bali groeien meer dan tien soorten palmbomen en nog meer soorten bamboe.

En er zijn bloemen, bloemen en nog eens bloemen. Overal. Je ziet (en je ruikt) hibiscus, bougainville, jasmijn en waterlelies. Magnolia, frangipane en een uitgebreid gamma orchideeën vindt je in vele voortuinen, gewoon langs de weg of in en rond tempels. Bloemen worden gebruikt als versiering in tempels of voor  standbeelden, als offers voor de goden en tijdens het bidden. Dansers dragen bloesems in hun kronen en zelfs de bloem achter het oor van elke serveuse ziet er heel natuurlijk uit in Bali.

Olifanten en tijgers zijn van het eiland verdwenen sinds begin deze eeuw. Wel vindt je nog verscheidene soorten wilde apen, civetten, blaffende herten en muizenherten en wel 300 soorten vogels waaronder wilde hoenderen, de blauwe ijsvogel, de zee arend, strandlopers, witte reigers en koereigers, de koekoek, de hout zwaluw, mussen en spreeuwen.

De Blog

Blog Archief

Fotogalerij

Fotogalerij

Reis Informatie

Dive Around Bali
Isabelle Hardeman & Michel De Ruyck
+62 361 289 803
+62 81. 337 291 866
info@divearoundbali.com

SixPoint Building
Jalan Danau Buyan No. 74
Sanur, 80228 Bali, Indonesia

Reis Informatie

 
Powered by Bali Web Design Studio